woensdag 23 januari 2013

Murphy.

In mijn hoofd gaat dat zo:

- Een ongeplande patiënt op een reeds overdrukke maandagochtend: must be Murphy.
- Een storing in een broodnodig toestel op diezelfde maandagochtend: daar heb je Murphy weer.
- 's Avonds doodmoe in de zetel ploffen en merken dat uw schouder pijn doet: Murphy bloody hates me.
- Aan diezelfde schouder voelen en in de richting van uw borst een knobbel voelen: ABSOLUTE COMPLETE ONGEËVENAARDE PANIEK JONG!

In tien seconden tijd overzag ik mezelf tijdens het krijgen van een diagnose, mijn haarverlies bij de chemo, de reactie van mijn beste vrienden toen ze het nieuws vernamen. Verder wist ik perfect welke muziek op mijn begrafenis moest. Maar ik wist gedomme niet hoe ik Het Lief zou achterlaten.

In diezelfde tien seconden moet mijn maag van onder tot boven in mijn romp zijn bewogen, met een lichte twist ergens halverwege.

De daarop volgende uren (lees: in bed) durfde ik niet te bewegen omdat het als het in mijn lymfe zat misschien wel eens zou kunnen uitbreiden over mijn hele lijf.
Nu mag ik het geluk hebben (diezelfde Murphy?) dat ik werk bij twee dokters die over een echo-machine beschikken. Ik dank de uitvinder van dat toestel op mijn blote knietjes (en daar zit niet al te veel vet op) voor de optie die het toelaat om abcessen van tumoren te onderscheiden. In mijn hoofd ging dat als iets wat op 'verrekte schijtluis' moet geleken hebben.

Ik voel mij intussen behoorlijk klein naast iemand die ooit dergelijke akelige diagnose heeft of zal ontvangen, dat moet ware hel zijn en - meer nog- ik schaam mij dood. Maar ik maak u écht geen blaaskens wijs als ik zeg dat mijn bangste 12 uren ooit waren.

Ligt dat aan mij, die paniek? Ben ik een beetje hypochondrisch? Is dat iets vrouwelijks, of meer nog, iets menselijks?

Ik smeer intussen zwarte zalf en bereid mijn gestel voor op een ferm schot antibiotica. Zou U mij geloven dat ik dankbaar ben om dat abces?


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen